Rob Clous, kleuretsen - Rabobank, Gouwezoom

Ode aan de reiger
Scherven (Brengen Geluk)
De Snelduif
Korte geschiedenis van de ets
Prijslijst

Rob Clous De beeldend kunstenaar Rob Clous werd geboren op 28 april 1940 te Haarlem. Rob tekende bij H. Boot, Wim Vellekoop, Schutte en Poppe Damave te Haarlem. In diezelfde tijd werkte hij ook zes jaar als decorschilder bij de Nederlandse Comedie te Amsterdam. Als graficus is hij autodidact. Een vliegend nijlpaard komt voor in de Egyptische sprookjes van Rob Clous

Exposities en opdrachten
Hij is werkend lid van het Kunst Centrum Bergen, het Grafisch Genootschap Bergen en de Boterhal Hoorn. Een aantal kunstuitleencentra heeft zijn werk in de collectie. Soms maakt hij prenten in opdracht van bedrijven, als relatie- of jubileumgeschenk. O.a. gebeurde dat voor het Energiebedrijf Noord Holland, de Kamer van Koophandel te Haarlem, Vroom en Dreesman afdeling Reizen en de Nederlandse Basketbalbond. Hij exposeerde o.a. in Kunstcentrum Bergen, Stadhuis Leliestad, Kunsthandel Ina Broerse Amsterdam, de Sfinx den Haag, de Haagse Kunstkring, Galerie Annee Haarlem, Galerie van der Vlist Leiden, Galerie de Gele Rijder Arnhem, van Rekum galerie Apeldoorn, de Tamboer Hoogeveen, Stichting Beeldende Kunst Haarlem, Hoorn, den Helder, Leliestad, en in vele andere plaatsen.

De heldere en kleurige prenten van Rob Clous zijn ontstaan uit zijn vroege eenvoudige zwart-wit prenten. Deze maakte hij op oud dakdekkers-zink. Zijn onderwerpen zijn zeer uiteenlopend, hij maakte werken over jazzmuziek, schepen, schroot en vuilnisbelten. De hedendaagse etsen worden vervaardigd met vier kleurplaten, die bij het afdrukken op de etspers precies over elkaar passen en zo een rijkdom aan kleur opleveren. Naar aanleiding van zijn reizen door Zweden - Engeland - Spanje - Frankrijk - Tunesië - de USA - Indonesië (Bali - Borneo) en Egypte ontstond er ook een groot aantal etsen. De afgelopen jaren werkte Clous aan een serie prenten over de restauratie van “Tuinwijk”, een woonwijk in Haarlem van de architect J.B. van Loghem. Zelf woont en werkt hij in een van de huizen van deze wijk. Zijn serie prenten over het “Regenwoud” verplaatst zich soms naar Nieuw Guinea (Papoea’s - Asmat). Ook heeft hij prenten gemaakt over de Wayang Golek en Bali. Zijn allernieuwste prenten zijn gemaakt naar aanleiding van zijn reis naar Egypte, met als onderwerp o.a. sprookjes met dieren. In deze Rabobank expositie hangen meer dan tachtig van zijn etsen.


Ode aan de reiger

Aandachtig luistert het publiek naar de uitleg van Rob Clous in de Rabobank

Een werk van Rob Clous in het trappenhuis

Ode aan de reiger
Maandagmorgen, waarmee te beginnen?
Het weekend ervoor: een concert in het Patronaat
De Klezmatics uit New York, Jiddisch Balkan Jazz-achtige muziek
We hebben er ronde schijfjes van
Ongemerkt begon ik aan een tekening over die groep
Ik tekende tot aan de middag
Toen leek het me beter even afstand te nemen
Gewoon iets eten en de honden uitlaten
Ik loop met de twee Cavalier King Charles spaniels langs het Spaarne, de Haarlemse rivier

Er zit een visser, moe maar goed uitgerust: parasol, schuiltentje, zitmeubel
Het zitmeubel heeft laadjes met daarin krioelende wormen; lijkt me niet prettig zitten
Links van de man zit een treurige reiger in een wilg
De hengel, iets heel duurs, vol met electronica
Lichtjes en meters geven informatie over een naderende vis, zijn snelheid, omvang, enz.

Ik passeer de visser met mijn honden, maar de man merkt ons niet op
Net zijn we hem voorbij, of de man springt op een rauwe kreet slakend
Het zitmeubel valt gedeeltelijk in het water, ik denk 'die heeft beet'
Maar het is de reiger die onze straat in vliegt
Met een mooie dikke vis, plus een hengel van ƒ 1500 (toch bijna 1000 Euro)
Het loze vissertje op volle snelheid er achter aan
Aan het eind van de straat krijgt de man het handvat te pakken
Ze keren beide terug naar de waterkant
De hengelaar zit verslagen tussen zijn spullen
De reiger slokt iets verder de vis naar binnen

Snel naar huis, hier kan ik iets mee


Rabobank Rob Clous   Een van de vele vergaderruimten met werk uit de Egypte-serie
Het is prettig werken bij mooie kunst
Scherven (Brengen Geluk)
In het oude Egypte, + 4000 jaar geleden, werkten kunstenaars (beeldhouwers, schilders) voor de Farao's en hooggeplaatsten, bij de bouw van piramides, graven en paleizen. Dit gebeurde altijd in de woestijn, ver van de steden en van de smalle vruchtbare strook grond langs de Nijl.

Deze werkers bleken toch over 'vrije tijd' te beschikken, maar konden niet even de woestijn uit terug naar huis. Op scherven steen beeldden zij daarom 'sprookjes' uit over hun arbeid, de bouw van de huidige monumenten. In die sprookjes stelden dieren de hooggeplaatsen voor, en dat ook nog in 'spiegelbeeld'. Het minste dier, de spitsmuis bijvoorbeeld, speelde de farao, terwijl de panter zijn dienaar was. Apen en krokodillen waren muzikanten; nijlpaarden, die samen met de varkens bier brouwden, zweefden van boom naar boom, maar de raaf had een ladder nodig om vruchten uit de boom te kunnen plukken.

Er bestaat geen tekst van deze 'sprookjes', die op verschillende plaatsen met vergelijkbare afbeeldingen gevonden zijn en kennelijk identieke verhalen vertellen. Zo kon men veel later uit deze beelden de gedachten en bedoelingen van de kunstenaars herleiden.

Nadat ik in Egypte fragmenten van deze scherven gezien heb, kwam ik in Nederland op het idee er etsen over te maken.


Rijnsburg, juni 1999, “De Snelduif”
Een neef van ons heeft wedstrijdduiven, van die grote beesten. Zondag bezochten we de hokken, prachtige dieren: blauwbanders, blauwkrassen, roodgebande en enkele waar de kleuren geheel door elkaar waren gelopen. We zouden gelijk bij neef Paul en zijn vriendin Adrie blijven eten. Ik dacht nog ‘we zullen toch niet de duiven die te laat binnenkomen van de vlucht meteen moeten verwerken’.

Eerst keken we wat rond in de tuin, prachtige plantensoorten, mijn vrouw kon de meeste ervan benoemen. Er stonden ook wilde bloemen, dacht ik zo. Soms keken we naar de lucht, maar al wat er langs vloog, geen duiven. Wel merels, kauwen en zelfs een purperreiger. Neef Paul bemerkte onze onrust en belde per zaktelefoon naar de snelduif. Het was een lang gesprek: over windsnelheden, een bui boven België en de tijd van lossen. Onze dochter vroeg voorzichtig ‘hoe zijn die duiven in Frankrijk gekomen (het was immers de ‘vlucht Bourges’), vliegen ze zaterdags heen en zondags weer terug?’ De duivenmelkende neef ging hier niet op in.

We waren allemaal behoorlijk gespannen en bekeken de thuisgebleven duiven met meer dan gebruikelijke aandacht. Het is niet niks 600 km vliegen en dan nog je eigen hok terugvinden. De neef vertelde ons ‘kijk, in deze hokken zitten de duiven die de andere helft van een koppel vormen’. Hij zei ook iets over dubbel weduwschap, maar enkel was voor ons eigenlijk al teveel. Volgens zijn berekening moest de eerste duif om ongeveer zes uur binnen zijn. Ik dacht ‘dat komt toch nog goed met dat eten’; en ja hoor, om acht over zes viel de eerste duif als een steen uit de lucht, pats zo op het hok. Een beetje lokken met wat voer en hij kon de gummy (dat is de wedstrijdring) zo van zijn pootje halen. Tien minuten later zei hij ‘daar is opa Jansen’. Ik schrok hier hevig van, want de goede man is al vijftig jaar dood. Het bleek echter een vale doffer te zijn, die met hangende vleugels in de dakgoot kwam zitten en wat regenwater dronk, terwijl in zijn hok zuiver Rijnsburgs water in de bakken klaar stond. Alle duiven die nog zouden volgen waren erg dorstig. Opa Jansen wilde niet erg binnenkomen (wat een gelijkenis). Mijn neef sprak hem toe, opa hield de kop wel schuin maar hij bleef talmen: van het hok in de goot, dan weer op het hok, voor hem was de wedstrijd nog niet afgelopen. Ondertussen tikte de klok maar door, ik had al eens voorgesteld hem stop te zetten maar dat mocht niet. Eindelijk besloot ook opa Jansen het hok te betreden en toen veranderde hij op slag bij het zien van zijn duivin. Mijn neef zag het aan en meldde ‘die had ook wel een kwartier eerder kunnen aankomen’. Opvallend was dat van de eerste tien binnenkomende duiven er zeker acht vrouwtjes waren.

Om zeven uur besloten we te gaan eten, het was heerlijk. Af en toe hoorden we vleugelgewiek buiten, dat waren de vakantiegangers uit Frankrijk; zeker nog even wat patat gegeten bij onze zuiderburen.

Duivenhok Mijn neef zag dat ik nog een half glas wijn had: ‘maak even leeg oom, want we moeten zo naar de Snelduif om af te slaan.’. Ik ben een rustige (misschien zelfs trage) eter en we besloten de dis voor de sport te onderbreken en veel later de vuren weer te ontsteken. Onze vrouwen bekeken ondertussen het tijdschrift Opzij, vast geen duivenblad. Wij op twee damesfietsen naar de Snelduif. De duiven zelf konden lekker thuisblijven, alleen de klok met daarin de gummyringen moest mee. We kwamen veilig bij de Snelduif aan, een gebouwtje dat een gedeelte van een kleuterschool bleek te zijn, met tafels met klokken van de elf leden die deze dag hadden gevlogen. Achter de bar stond een grote man, die met een grote pils in de hand riep ‘halfzes’. Mijn neef was meteen van slag, daar ging zijn eerste plaats, en er volgden nog verschillende figuren die daar gewoon tussenin kropen. Na veel gereken bleek een achtste plaats nog wel haalbaar. Dat vertelde tenminste een man die de klokken mocht openmaken bij een citroentje met suiker.

Op een stoel zat een wat primitieve dorpeling mistroostig te kijken. Hij was even gaan liggen met zijn vrouw en daarna in slaap gesukkeld. Om zeven uur werd hij wakker van de koerende en vechtende duiven op het hok. De buurvrouw meldde over de schutting dat ze al om kwart over vijf duiven had waargenomen. Dat was flink duivenshit, eindelijk de eerste plaats van het gewest binnen handbereik en dan dit … Plots werd het stil en alle mannen draaiden na het aftellen van de voorzitter hun klok een slag terug, het leek wel een lancering.

Na nog wat duivenverhalen fietsten we terug naar de tafel, je kon niet vermoeden dat er zoveel gebeurde in zo’n klein dorp. Er waren nieuwe voorraden voedsel aangerukt, maar ik dacht niet dat er duif bij was, zeker niet die van zes uur. Ik heb als gast maar niet vermeld dat ik zelf Weense Witte Hoogvliegers op mijn hok had zitten

Nabericht Paul H. te Rijnsburg: Vlucht Bourges 95 duiven los 11.40 4 – 6 + 7


Sommige etsen van Rob Clous zijn rond van vorm Korte geschiedenis van de ets
Etsen werden voor het eerst gemaakt door goud- of zilversmeden, in het begin van de vijftiende eeuw. Albrecht Dürer, de beroemde etser, was dan ook de zoon van een goudsmid. De smeden versierde voorwerpen zoals drinkbekers schalen tabaksdozen. Maar ook harnassen, schilden en wapens. Met stalen burijnen staken ze de versieringen in koper, zilver, goud of ijzeren voorwerpen. Toen het ijzer van de wapens steeds harder werd gemaakt, begon men de versieringen te etsen met zuren.
Vele tientallen mensen lieten zich door Rob Clous in de Rabobank rondleiden

Deze versieringen kwamen beter uit als je ze opvulde met zwarte inkt. Er kwam natuurlijk iemand op het idee, dat je een dergelijke versiering ook kon afdrukken op papier. De vroegst gedateerde ets is van 1466 en stelde natuurlijk voor: een goudsmederij.

Pas in de negentiende eeuw werden prenten voorzien van een handtekening en een titel. Etsplaten zijn meestal van zink of koper, die je kunt bewerken, door te krassen met een scherpe stalen naald. Dit wordt een droge naald ets genoemd, maar eigenlijk word er niet echt geëtst. Het is ook mogelijk om de etsplaten te bewerken met verdund salpeterzuur, dit is dan ook gelijk echt etsen. Je dekt steeds delen van de plaat af met een zuur bestendige lak. Hierdoor krijg je gebeten lijnen en vlakken. Hoe langer je de plaat laat bijten in een zuurbad, hoe dieper de lijnen en vlakken. Zo krijg je ook verschillen in de afdrukken.

Wanneer de etsplaat klaar is om afgedrukt te worden, smeer je de plaat in met een laag etsinkt. De hoog gelegen delen rakel ik af met stroken karton en de inkt blijft dan achter in de lijnen vlakken. Hier begint het spel van wat toon laten staan, en wat haal je weg. De lijnplaat wordt afgeslagen met de handpalm, vandaar die vuile handen. De etsplaat wordt afgedrukt, op vochtig papier, op een etspers voorzien van een viltlap. Mijn etsen bestaan meestal uit 4 etsplaten want dan heb je een groot kleurbereik. Het meest interessant vind ik om tijdens het afdrukken, nog even iets te versterken of te veranderen op de etsplaten, of iets meer of minder inkt te laten staan.


Prijslijst

1)Pauw 1€ 364
2)Pauw 2€ 364
3)Regenwoud 15€ 1.000
4)Regenwoud 16€ 1.000
5)Regenwoud 5€ 410
6) Regenwoud 9€ 410
7)Regenwoud 10€ 410
8)Wayang 4€ 364
9)Wayang 3€ 364
10)Borobudur 1€ 1.000
11)Borobudur 2€ 1.000
12)Paradijsvogel€ 364
13)Ragiana€ 545
14)Regenwoud 2€ 410
15)Regenwoud 3€ 410
16)Regenwoud 4€ 410
17)Regenwoud 1€ 410
18)De Blauwe Ara€ 545
19)Geelkuif Kaketoe€ 545
20)Regenwoud 20€ 545
21)Scherf 4€ 364
22)Scherf 10€ 364
23)Anubis€ 364
24)Zon 2€ 227
25)Zon 1€ 227
26)Jonas in Egypte€ 364
27)Vogel van Osiris€ 364
28)Scherf€ 364
29)Scherf 9€ 364
30)Scherf 12€ 364
31)Kolos 1€ 1.000
32)Kolos 2€ 1.000
33)Piramide 1€ 410
34)Piramide 2€ 410
35)Prinses€ 364
36)De Zwarte Farao€ 364
37)Prins€ 364
38)De Reiger€ 1.000
39)Regenwoudboom€ 1.000
40)Papoea 3€ 410
41)Papoea 4€ 410
42)Stilleven 1€ 410
43)Stilleven 2€ 410
44)Bali 2€ 545
45)Bali 1€ 545
46)Bali 3€ 545
47)Wayang 1€ 364
48)Wayang 2€ 364
49)Scherf 2€ 364
50)Koning 1€ 364
51)Koningin 3€ 364
52)Koning 2€ 364
53)Koningin 4€ 364
54)Bonte Boertjes€ 364
55)Satchmo€ 175
56)Nijlsnoek + Paard€ 175
57)Hofdame€ 175
58)Duizendpoot€ 175
59)Belzoni€ 175
60)Jack + Boy€ 175
61)Regenwoud 11€ 410
62)Amazones (deel 1)€ 545
63)Amazones (deel 2)€ 545
64)Regenwoud 6€ 410
65)Regenwoud 19€ 410
66)Buffel€ 410
67)Regenwoud 8€ 410
68)Scherf 3€ 364
69)Vogels (2 delen)€ 364
70)Paradijsvogel€ 545
71)Boomgodin€ 175
72)Hop + Bok€ 175
73)Bruiloft€ 175
74)Stadswacht€ 175
75)Regenwoud 21€ 545
76)Regenwoud 7€ 364
77)Visnu 1€ 364
78)Duiventil te Caïro€ 364
79)Ruby in Egypte€ 364
80)De Sfinx 2€ 364
81)Scherf 6€ 364
82)Scherf 1€ 364
83)Scherf€ 364
84)Scherf 7€ 364
85)Scherf 8€ 364